30%-regeling

De 30%-regeling is een belastingmaatregel, waarvan een medewerker die uit het buitenland komt en medewerkers die vanuit de Universiteit uitgezonden worden, onder bepaalde voorwaarden, gebruik kunnen maken. Deze voorwaarden zijn per 1 januari 2012 gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de invoering van de 150 km grens, de specifieke deskundigheid, de looptijd, de verkorting van de looptijd en de overgangsbepalingen. De aanvraag voor het toepassen van de 30%-regeling wordt door uw afdeling P&O afgehandeld, maar de beslissing of u hiervoor in aanmerking komt ligt bij de Belastingdienst.

30%-regeling voor medewerkers uit het buitenland

De kern van deze regeling is dat de werkgever 30% van het loon mag verstrekken als vergoeding voor het tijdelijk verblijf in Nederland. Deze vergoeding is onbelast. Met ingang van 1 januari 2012 dient de medewerker in 2/3 deel van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanstelling op een afstand van meer dan 150 km van de Nederlandse grens te hebben gewoond om in aanmerking te komen voor de 30% regeling. Om voor deze vergoeding in aanmerking te komen dient u te beschikken over deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.

De medewerker wordt geacht specifieke deskundigheid te bezitten als hij/zij:

  1. wordt aangesteld op een wetenschappelijke functie
  2. wordt aangesteld op een niet-wetenschappelijke functie met een minimaal fiscaal loon van € 36.889 (2016). Voor medewerkers met een master in de leeftijd van jonger dan 30 jaar, geldt een lager normbedrag van € 28.041 (2016).

Meer informatie over de voorwaarden en de inhoud van de 30%-regeling kunt u vinden op de website van de Belastingdienst.

Gevolgen voor de medewerker
U geniet voordeel van de toepassing van de 30%-regeling, maar dient zich bewust te zijn van mogelijke consequenties. Door het toepassen van de 30%-regeling wordt het bruto salaris verlaagd. Dit heeft gevolgen voor pensioengrondslag en eventuele uitkeringen/toeslagen (bijv. WW-uitkering en huurtoeslag). Bovendien zodra de beschikking van de Belastingdienst verloopt, vervalt de basis voor het toekennen van de belastingvrije vergoeding en kan een terugval in het netto inkomen plaatsvinden.

Procedure
Om de 30%-regeling toe te mogen passen heeft u toestemming van de Belastingdienst nodig. Samen met de werkgever dient u een verzoek in.

Relatie van de 30%-regeling tot andere fiscale regelingen
Als u gebruikmaakt van de 30%-regeling, kunnen daarnaast ook de volgende kosten onbelast vergoed of verstrekt worden:
  1. de verhuiskosten en de kosten voor tijdelijke opslag en het overbrengen van de boedel;
  2. de kosten voor een kennismakingsbezoek door de werknemer aan het bedrijf in het werkland;
  3. de kosten voor het aanvragen of omzetten van een tewerkstellingsvergunning.

30%-regeling voor medewerkers uitgezonden naar het buitenland

Medewerkers die worden uitgezonden voor het beoefenen van wetenschap of het geven van onderwijs in het buitenland, kunnen in aanmerking komen voor de 30%-regeling.

Meer informatie over de voorwaarden kunt u vinden op de website van de Belastingdienst.

U geniet voordeel van de toepassing van de 30%-regeling, maar dient zich bewust te zijn van mogelijke consequenties. Door het toepassen van de 30%-regeling wordt het bruto salaris verlaagd. Dit heeft gevolgen voor de pensioengrondslag en eventuele uitkeringen/toeslagen (bijv. WW-uitkering en huurtoeslag).

Om van de 30%-regeling voor uitgezonden werknemers gebruik te kunnen maken, hebt u van ons geen beschikking nodig. Als u aan de voorwaarden voldoet, kunt u van deze regeling gebruik maken.

30%-regeling bij Marie Curie Fellows

De fellow kan zelf bepalen wat voor hem/haar het gunstigst is, uitbetaling van toelagen of toepassing van de 30%-regeling (indien voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld door de belastingdienst). Een dubbele onbelaste vergoeding van kosten is niet mogelijk. Uw afdeling P&O kan u ondersteunen in uw keuze. Als de 30%-regeling wordt aangevraagd en door de Belastingdienst wordt toegekend, dan mogen de extraterritoriale kosten niet meer onbelast vergoed worden.

U kunt naast de 30%-regeling nog wel in aanmerking komen voor belastingvrije onkostenvergoedingen die geen betrekking hebben op de extraterritoriale kosten. Voorbeelden zijn de algemene reiskostenvergoeding woon-werkverkeer, vaste kostenvergoedingen en verhuiskosten.

Voor verdere informatie zie o.a: Marie Curie Actions fellowships - How to manage my project - ITN .

Laatst Gewijzigd: 13-04-2016