Examencommissie

N.B. Deze tekst is in algemene zin van toepassing voor de Universiteit Leiden. Kijk voor meer informatie over de afzonderlijke examencommissies bij de betreffende opleidingen/faculteiten.

Elke opleiding heeft een examencommissie. Sommige opleidingen delen de examencommissie met een aantal andere opleidingen.


Taken en bevoegdheden

De hoofdtaak van de examencommissie is vaststellen of een student voldoet aan de voorwaarden die de Onderwijs- en Examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het met goed gevolg afleggen van het desbetreffende examen. De examencommissie heeft als opdracht dit op objectieve wijze vast te stellen. Zie voor de afzonderlijke Onderwijs- en Examenregelingen deze pagina.

Concreet heeft de wetgever de volgende taken opgedragen aan de examencommissie:

  • Op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een student voldoet aan de voorwaarden die de OER stelt en die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad.
  • Borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens.
  • Vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen, binnen het kader van de OER, om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen (bijvoorbeeld aan een examinator wanneer in een concreet geval een verkeerde beoordelingsmal is gebruikt).
  • Verlenen van toestemming voor het volgen van een samengesteld programma waarvan het examen leidt tot het verkrijgen van een graad.
  • Verlenen van vrijstellingen.
  • Vaststellen van regels over de uitvoering van taken en bevoegdheden (Regels & Richtlijnen);
  • Uitreiken van getuigschriften.
  • In geval van fraude of plagiaat door een student is de examencommissie bevoegd om sancties op te leggen.

De examencommissie stelt jaarlijks een verslag van werkzaamheden op ten behoeve van het faculteitsbestuur. Een model hiervoor is opgenomen als bijlage in het model Regels & Richtlijnen.

Bijeenkomsten en workshops voor examencommissies

Het College van Bestuur organiseert twee maal per jaar een universiteitsbrede bijeenkomst voor examencommissies. Hier is gelegenheid ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Daarnaast verzorgen de directies Academische Zaken, Juridische Zaken en het ICLON, afhankelijk van de vraag een of twee maal per jaar workshops voor (nieuwe) leden van examencommissies over regelgeving en kwaliteitsborging toetsen. Informatie bij mw.drs. M. Visch, directie Academische Zaken, telefoon 071-5273024

Samenstelling

Het faculteitsbestuur benoemt de leden van de Examencommissie. Ten minste één lid is als docent verbonden aan de opleiding (of één van de opleidingen bij een gedeelde examencommissie).
Met ingang van 1 september 2015 moet elke examencommissie een extern lid hebben. Dit kan iemand zijn van een andere opleiding binnen de universiteit of iemand van een andere universiteit.
Het lidmaatschap van de examencommissie is niet verenigbaar met het bekleden van een management- of bestuursfunctie met financiële verantwoordelijkheid.

Regels en Richtlijnen

De Regels en Richtlijnen van de examencommissie zijn deels een nadere uitwerking van onderdelen van de Onderwijs- en Examenregeling en deels aanwijzingen voor de uitvoering van de taken van de examencommissie. Zij vormen een soort huishoudelijk reglement van de examencommissie. Hierin wordt onder meer de werkwijze en ondersteuning van de commissie geregeld, de orde tijdens tentamens en de op te leggen sancties bij fraude en plagiaat.

Examinatoren

De examinatoren worden elk jaar aangewezen door de examencommissie. De taak van examinator is het opstellen en afnemen van tentamens en het vaststellen van de uitslag daarvan. Vakbekwaam toetsen maakt deel uit van de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO). Voor informatie en ondersteuning kunnen examinatoren terecht bij dr. Floris van Blankenstein, ICLON, telefoon 071-527 7341.

Kwaliteitsborging tentamens en eindwerkstukken

Kwaliteitsborging van toetsen en eindwerkstukken is een belangrijke taak van de examencommissie. Naast schriftelijke of mondelinge tentamens kunnen kennis en vaardigheden ook getoetst worden door middel van een opdracht, een portfolio, een presentatie. Voor de kwaliteitsborging gelden binnen de Universiteit Leiden de volgende uitgangspunten:

  • Een schriftelijk tentamen wordt in beginsel ontworpen door tenminste twee examinatoren (vier-ogenprincipe).
  • Voor elk schriftelijk tentamen is een antwoordmodel beschikbaar.
  • Tentamens zijn betrouwbaar, valide en transparant.
  • Bij een sterk boven- of ondergemiddelde tentamenuitslag doet de examencommissie nader onderzoek.
  • De examencommissie neemt tenminste één keer per cursusjaar een steekproef van de afgenomen tentamens, met als doel de kwaliteit van de vragen en de beoordeling te controleren.
  • Eindwerkstukken worden door twee lezers, onafhankelijk van elkaar, beoordeeld.
  • Voor het beoordelen van eindwerkstukken zijn beoordelingscriteria beschikbaar.
  • De eerste en tweede lezer maken voor het beoordelen van eindwerkstukken gebruik van beoordelingsformulieren.

Examencommissie, College van Bestuur, faculteitsbestuur, opleidingsbestuur, opleidingscommissie

De examencommissie heeft een functioneel onafhankelijke positie ten opzichte van het College van Bestuur, faculteitsbestuur en opleidingsbestuur, maar werkt in een krachtenveld samen met deze organen. Samengevat ziet, voor zover het gaat om de borging van de kwaliteit van toetsen, de rol- en werkverdeling er als volgt uit:

(Cursief zijn de direct in de wet vastgelegde taken en bevoegdheden (kortheidshalve hier en daar geparafraseerd). De rollen van de vijf organen zijn gekarakteriseerd met één dominant kenmerk. Uiteraard is dit een vereenvoudiging van de werkelijkheid.)

Het College van Bestuur (vooral een rol als eindverantwoordelijke):

  • bestuur en beheer van de universiteit;
  • toezien op kwaliteitszorg, universitair toetsingsbeleid, BKO, uniformiteit in getuigschriften;
  • kan geen instructies geven aan examencommissies waar het gaat om de beoordeling van individuele personen.


Het faculteitsbestuur (vooral een beleidsbepalende rol):

  • benoemt de leden van de examencommissie, na de zittende leden gehoord te hebben;
  • stelt de onderwijs- en examenregeling(en) vast;
  • kan geen instructies geven aan examencommissies waar het gaat om de beoordeling van individuele personen;
  • stelt het facultaire beleid inzake toetsing vast, in overleg met de examencommissies;
  • is verantwoordelijk voor de deskundigheidsbevordering van het wetenschappelijk personeel, met inbegrip van deskundigheidsbevordering op het terrein van toetsing van leden van examencommissies en examinatoren;
  • delegeert het uitvoerend personeelsbeleid (zoals het voeren van R&O-gesprekken) aan het instituutsbestuur.


De opleidingscommissie (vooral een adviserende rol):

  • adviseert het opleidingsbestuur c.q. het faculteitsbestuur over de onderwijs- en examenregeling;
  • evalueert periodiek de afzonderlijke cursussen (zo mogelijk inclusief de toetsing) en adviseert het opleidingsbestuur c.q. het faculteitsbestuur hierover;
  • evalueert periodiek het curriculum en adviseert het opleidingsbestuur c.q. het faculteitsbestuur hierover;
  • brengt, indien uit de evaluaties aandachtspunten volgen met betrekking tot toetsing, haar adviezen hierover (ook) rechtstreeks onder de aandacht van de examencommissie.


Het opleidingsbestuur (of opleidingsdirecteur) (vooral een coördinerende rol) (art. 9.17 WHW):

  • draagt zorg voor de organisatie en integratie van het onderwijs en voor de uitvoering van de onderwijs en examenregeling en stelt jaarlijks het onderwijsprogramma op;
  • stelt als onderdeel van de onderwijs- en examenregeling het toetsplan op (leerdoelen per toets, aantal herkansingen, tijdstippen tentamens, tentamenvorm);
  • laat aan het eind van elke tentamenperiode een overzicht opstellen van de resultaten van tentamens en stelt dit ter beschikking van de examencommissie en de opleidingscommissie; 
  • draagt zorg voor de didactische kwaliteit van het onderwijs en kan docenten aanwijzingen geven;
  • bespreekt adviezen van de opleidingscommissie over de kwaliteit van toetsen met de examencommissie.


De examencommissie (vooral een toezichthoudende en controlerende rol) (art.7.12 , 7.12 a en 7.12b WHW):

  • wijst de examinatoren aan; 
  • stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de eisen voor het examen;
  • neemt maatregelen in geval van fraude;
  • neemt besluiten over vrijstellingen;
  • borgt, binnen de kaders van de OER, de kwaliteit van afzonderlijke tentamens en examens;
  • stelt richtlijnen en aanwijzingen op om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen;
  • stelt de zak-slaagregeling vast (inclusief regeling m.b.t. compensatoir toetsen)voor examens; 
  • stelt regels en richtlijnen vast;
  • reikt diploma’s uit;
  • neemt besluiten op verzoeken om een toetsvorm toe te staan die afwijkt van de in de OER of het daarin opgenomen toetsplan voorgeschreven vorm.

Laatst Gewijzigd: 23-07-2015